Van berichten naar registers: federatieve toegang in de zorg
28 augustus 2025
Remo van Rest is informatie-analist bij Zorginstituut Nederland en lid van de werkgroep Federatieve Toegangsverlening (FTV). Zijn werk draait om informatiestandaarden: landelijke afspraken over hoe administratieve gegevens in de zorg worden vastgelegd en uitgewisseld. Hoe beter die gegevens eenduidig en actueel beschikbaar zijn, hoe minder tijd er verloren gaat aan administratie. En dat is hard nodig om de zorg in de toekomst efficiënt én betaalbaar te houden.
Informatiestandaarden spelen in de Wet langdurige zorg (Wlz) een cruciale rol: ze maken de administratieve afhandeling van indicaties en declaraties mogelijk. Tot voor kort wisselden partijen in de Wlz alleen gegevens uit via berichtenverkeer. Dat ging als volgt:
- Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beslist of iemand recht heeft op zorg volgens de Wlz en legt dat vast in een indicatiebesluit. Het CIZ raadpleegt ook de Basisregistratie Personen (BRP) om persoonsgegevens te controleren en voegt die toe aan het indicatiebesluit (het zogenaamde IO-31-bericht).
- Het bericht gaat naar het zorgkantoor, dat op basis van de indicatiegegevens bemiddelt naar een geschikte zorgaanbieder.
- Deze zorgaanbieder ontvangt dan een toewijzing zorgbericht (AW33) dat naast de toewijzingsgegevens ook weer de indicatiegegevens bevat. De zorgaanbieder stuurt op zijn beurt weer berichten terug naar het zorgkantoor, bijvoorbeeld declaraties of verantwoordingsinformatie over de status van de zorglevering.
Van keten naar netwerk
“Het nadeel van zo’n ketenmodel is dat berichten in de keten blijven rondgaan, terwijl er in de tussentijd iets kan veranderen. De cliënt verhuist bijvoorbeeld naar een ander adres”, legt Remo uit. “Daarom stappen we over naar een netwerkmodel. Dan leggen de ketenpartners gegevens eenmalig vast in een register. Andere partijen krijgen daar met de juiste autorisatie toegang toe. Zo voorkom je dat er berichten met verouderde gegevens in de keten blijven circuleren met risico op verouderde data of fouten. In plaats van berichten heen en weer te sturen, raadplegen partijen rechtstreeks de actuele gegevens bij de bron. Het CIZ plaatst de gegevens over de indicatie nu al in het indicatieregister waar de zorgkantoor de gegevens raadplegen." Het netwerkmodel maakt dus niet alleen de data actueler, maar ook de toegangsrechten duidelijker en controleerbaarder.
Toegangsverlening als randvoorwaarde
Die overgang naar een netwerkmodel brengt vragen over toegangsverlening met zich mee: wie mag welke gegevens zien en onder welke voorwaarden? Voor de Wlz is al een autorisatie- en authenticatiemodel gebouwd en in productie. Remo: “Dat werkt prima en willen we graag generiek maken. Voor andere stelsels, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) spelen weer andere organisaties een rol waaronder gemeenten. Je wilt niet voor elk stelsel een eigen oplossing bedenken, want dat maakt het nodeloos complex en kostbaar. Het is veel slimmer om één generiek model te ontwikkelen dat overal bruikbaar is.”
Waarom federatieve toegangsgverlening?
“We brengen onze ervaring uit de Wlz mee naar de werkgroep FTV én willen weten of FTV de generieke standaard kan worden die we zoeken.” Remo is positief: “De standaard bouwt voort op AuthZEN, een internationale open standaard. Voor leveranciers zijn dat bekende technieken en dat helpt bij adoptie.” Belangrijk is volgens hem ook de communicatie: noem de standaarden en leveranciers herkennen ze meteen. “Zeg je alleen FTV, dan lijkt het iets nieuws.” Tot slot wijst hij op het releasebeleid: “Versies moeten compatibel blijven, anders lopen leveranciers vast in kostbare aanpassingen.”
Vooruitblik
Wat nu in de Wlz wordt opgebouwd, kan straks breder worden toegepast. Geen losse systemen per stelsel, maar één generieke manier van toegang tot actuele gegevens. Zo kunnen partijen beter samenwerken en kan de cliënt zelf meekijken in zijn gegevens. Federatieve toegangsverlening is geen wondermiddel dat alle uitdagingen in de zorg oplost, maar wel een cruciale bouwsteen. Zoals Remo het samenvat: “Het is superrelevant.”
Meer interviews
Benieuwd naar andere verhalen uit de praktijk? Lees
- “Het gaat niet om applicaties, het gaat om data”, een interview met Hans Schevers van het Kadaster over Linked Data en toegangsverlening.
- Zonder standaarden geen Federatief Datastelsel, een interview met Gideon Zegwaard, IBDS, over het belang van standaarden in een federatief stelsel.