Ga naar inhoud
FTV Beeldmerk

Federatieve Toegangsverlening

Scope ODRL-AP-NL (15 september 2026)

Aanwezigen

  • Michiel Trimpe (FTV)
  • Marc de Boer (FTV)
  • Hans Hendrikman (RvIG)
  • Gideon Zegwaard (FDS)
  • Marcel Molenaar (UWV)
  • Hans Schevers (BIM-Connected)
  • Mark Westbroek (VNG)
  • Axel van der Minne (DUO)
  • Jan Klopper (OpenKAT)
  • Floris Deutekom (Geonovum)
  • Rens Kievit (MinBZK)
  • Karl de Boer (Not So Common)
  • Remo van Rest (Zorginstituut Nederland)
  • Joyce Leijen-Kouwenberg (Zorginstituut Nederland)
  • Rob van Dort (mapplica)
  • Guus van der Meer (Vecozo)
  • Stas Mironov (Logius)
  • Hugo Mostard (Gemeente Den Haag)

Agenda

  • Welkom & kennismaking
  • ODRL Visualisation Note en viewer
  • Scopebepaling ODRL-AP-NL
  • Planning vervolg

Welkom en kennismaking

Michiel Trimpe opent de sessie, die in het teken staat van ODRL en linked data; de volgende sessie richt zich weer op de IAM- en technische kant. Jan Klopper stelt zich voor: hij is implementatieadviseur (OpenKAT), houdt zich bezig met de internetstandaarden op de pas-toe-of-leg-uitlijst, en sluit aan vanwege zijn werk aan policy as code — het toetsen of een partij mag meedoen op basis van haar security posture.

ODRL Visualisation Note en viewer

Michiel licht de aanleiding toe: ODRL is een degelijk en flexibel formaat voor toegangsbeleid, maar er bestond geen visualisatie die het toonbaar maakt — zeker beleidsmakers schrikken terug van ruwe triples. Op de kickoff van de W3C Digital Policy Working Group in Londen heeft FTV daarom voorgesteld een Visualisation Note aan de scope van ODRL 3 toe te voegen. De note is geaccepteerd als “other deliverable”: de werkgroep plant er geen eigen capaciteit voor, maar neemt hem op wanneer FTV hem aanlevert en afstemt. Dezelfde visualisatie-aspecten dragen ook een editor; viewer en editor worden samen doorontwikkeld.

Michiel demonstreert de onderdelen van de note aan de hand van de viewer; zie de opname voor de demo. Kern: geïnternationaliseerde labels op URI’s, hergebruik van knopen (een verplichting uit een aanbod die in een overeenkomst wordt geaccepteerd, houdt dezelfde identifier — de viewer toont de herkomst en een aanpassing werkt overal door), hiërarchieën op doelobjecten (series/dossiers/stukken, of de BRP-indeling) via extra linked-data-elementen binnen de ODRL-syntax, en de relaties tussen aanbod, overeenkomst en verzoek die in ODRL zelf nog ontbraken.

Vocabulairekeuze. Op de vraag van Gideon Zegwaard of de partOf-relatie ODRL-eigen is, antwoordt Michiel dat de note bewust bestaande vocabulaires hergebruikt, zo dicht mogelijk bij de bron: ODRL waar het bestaat, anders Dublin Core of PROV — de aanbod-overeenkomst- relatie loopt bijvoorbeeld via prov:wasDerivedFrom. Voor een aantal elementen doet de note de aanbeveling ze in ODRL 3 als officieel element op te nemen.

Labels en taaleisen. Hans Schevers vraagt hoe de labelvereiste zich verhoudt tot SHACL: wie een taaltag afdwingt, krijgt per taal een eigen shape. Michiel wijst op de voorkeurstalenlijst van de viewer (Nederlands, Engels, taalloos, rest); Gideon stelt dat taaleisen niet in de internationale note thuishoren maar in een nationaal profiel, dat dan wel naar de note verwijst. Hans oppert als middenweg een taalloos rdfs:label als vereiste, met de taalkeuze als software-fallback. Het punt blijft open voor de profieluitwerking.

Versionering. Michiel licht toe dat het ODRL temporal-profiel is afgeschaft ten faveure van een documentbenadering: beleid draagt een ingangsdatum en een geldigheidsperiode, zoals een autorisatiebesluit, met een versieweergave in de viewer. Op vragen van Gideon en Marcel Molenaar wordt het onderscheid scherp: van hetzelfde document kunnen meerdere versies bestaan, ook met dezelfde geldigheidsperiode — bijvoorbeeld wanneer gepubliceerd beleid vóór de ingangsdatum wordt vervangen maar wel geregistreerd is geweest en gebruikt kan zijn. Wie traceerbaar wil zijn, verwijst daarom naar de gebruikte versie en niet naar de actuele; de note lost verwijzingen niet actief op maar volgt het voorgestelde ODRL 3-model.

Groeperingsdimensies. Een BRP-autorisatiebesluit kent veel fijnmazige doelbindingen; als platte lijst is dat niet te overzien. Vereisten met een enkelvoudige waarde (doel, doelgroep) herkent de viewer en gebruikt hij als groepering. Op de vraag van Karl de Boer hoe de overige kenmerken van bijvoorbeeld een spontane verstrekking dan gemodelleerd worden, antwoordt Michiel dat alle overige vereisten gewoon blijven staan — alleen de enkelvoudige waarden dragen de groepering.

Voorwaarden lezen. Marcel vraagt of de getoonde vergelijkingen en-relaties of of-relaties zijn. Michiel bevestigt dat voorwaarden op dit niveau conjunctief zijn en toont een of-voorbeeld (functie is gemeentesecretaris óf diplomatiek kenteken). De werkgroep concludeert dat de viewer dit expliciet moet maken voor wie ODRL niet kent — een visualisatiepunt, bijvoorbeeld een “en” tussen de blokken.

Realisatielinks en formulieren. Michiel toont hoe logisch, juridisch beleid gekoppeld wordt aan de technische afdwinging: een verwerkingsverzoek dat een vereiste technisch invult wordt gemarkeerd met een DPV technical measure, en “geeft invulling aan”-ketens verbinden vereisten met verplichtingen zoals het registreren van doelbinding. Wat niet technisch maar organisatorisch geborgd is — archivering bijvoorbeeld — draagt een DPV organizational measure. Tot slot maken domeinformulieren met SHACL en DASH gestructureerde, geordende formulieren per element mogelijk, ook voor de editor.

Scope ODRL-AP-NL: het minimale profiel

Michiel stelt voor een basis-ODRL-AP-NL neer te zetten dat primair de eisen uit de Visualisation Note vereist en daarnaast een aantal zaken toevoegt: DPV voor doel en grondslag, de aansluiting op DCAT-AP-NL, de conformsToPolicy-operand voor de koppeling aan technische policies in de consentketen, en een basisaanbod van filterbare elementen (het doel als DPV purpose, het verwerkingsverzoek mogelijk als RVvA-identifier).

Gideon reageert positief en stelt voor om, zoals DCAT-AP-NL doet, bij het profiel SHACL-shapes te leveren die de aanbevelingen toetsen; Michiel neemt dat over. Op de vraag uit de werkgroep — ook Rens Kievit stelt hem — wat er eigenlijk Nederlands is aan dit profiel, erkent Michiel dat het in wezen een generiek overheidsprofiel is dat net zo goed op EU-niveau zou kunnen bestaan; waar dat aan te bieden is, is een positioneringsvraag. Gideon noemt als werkelijk Nederlandse elementen de verwijzingen naar personen, organisaties en overheden (BSN, KVK, TOOI) en ziet een Europese route pas als het profiel zich bewezen heeft; het idee is het dan bij CEN/CENELEC te pitchen voor Europese standaardisatie, waar het via de werkgroep een keer gepresenteerd kan worden om Europese aandacht te wekken. Hans Schevers benoemt de balans: zonder de visualisatie-eisen is beleid geldig maar niet toonbaar, en wie de eisen stelt geeft ODRL daarmee een Nederlands smaakje — daar is hij overigens voorstander van, omdat het een strakke, gegarandeerd toonbare dataset oplevert. Michiel wijst er tot slot op dat ook de aansluiting op DCAT-AP-NL het profiel Nederlands kleurt.

Uitbreiding: gegevensleveringsovereenkomsten

Michiel introduceert — mede namens Danny Greefhorst, die verhinderd is — het voorstel om de scope uit te breiden met gegevensleveringsovereenkomsten, op basis van het J&V-informatiemodel voor gegevensdelingsbeleid: één overeenkomst met code, status en geldigheidsduur, een verstrekker en ontvanger elk met een eigen rol en doel, de grondslag tot op artikel en lid, akkoordverklaringen namens beide rollen (goed te combineren met een digitaal ondertekend FSC-contract) en een noodzaakbeoordeling als dataminimalisatietoets. Daarnaast kent het model gegevensleveringsspecificaties — vergelijkbaar met de kruisjeslijst van de BRP — tot op het niveau van begrippenkader, gegevenstypen en gegevensvelden.

Rijksbrede status. Op de vraag van Axel van der Minne of het gegevensmodel werkelijk rijksbreed wordt — het beleid kent hij, het model niet — antwoordt Gideon dat er naar verluidt een rijksbreed model in ontwikkeling is dat hierop gebaseerd zou zijn, maar dat het nog nergens gepubliceerd is; hij wil er vanuit de FDS-afspraken naar kunnen verwijzen en zit er achteraan. Axel meldt dat DUO het gegevensdelingsbeleid heeft geadopteerd en de invulling van GLP en GLS nu formuliergewijs oppakt, met de verwachting dat dit naar een gegevensboekhouding toegroeit.

Bestanden of diensten. Marcel is er geen voorstander van dat overeenkomsten aan bestandsleveringen hangen — met FSC lever je op serviceniveau — en vraagt of het model daarin kiest. Michiel antwoordt dat het model neutraal is: een leverset heeft een leveringsmechanisme, en dat kan een API of een bestand zijn. Axel vult aan dat dezelfde discussie in de beleidsgroep is gevoerd: het beleid staat inmiddels beide toe, maar “ademt nog redelijk bestandsdelen uit”.

Linked-data-invulling. Michiel schetst hoe het formulier-gebaseerde model in linked data te vangen is: datasets op DCAT (catalogus, dataset, datadienst, distributie met beleid), DPROD voor afgeleide dataproducten zoals de informatieproducten van de BRP API, en voor de veldlaag de Vocabulary for Variable Description (VVD) die de DCAT-werkgroep op basis van DDI-CDI ontwikkelt. Gideon signaleert een knelpunt: beleid moet ook op een datadienst kunnen hangen, terwijl DCAT-AP-NL dat nu alleen op de distributie toestaat — en voor FDS is alles juist een datadienst. De werkgroep concludeert dat hier het gesprek met DCAT-AP-NL gevoerd moet worden; het is pas een conflict als DCAT-AP-NL het verbiedt.

Over de relatie met de Nederlandse modelleerstandaarden merkt Axel op dat voor begrippen NL-SBB bestaat; Michiel beaamt dat die sowieso in de basisset hoort. Gideon preciseert dat MIM vijf niveaus benoemt maar er twee uitwerkt; niveau één is het terrein van NL-SBB en SKOS. Op de vraag van Hans Schevers hoe die niveaus überhaupt op linked data passen, antwoordt Michiel dat VVD dat wel doet maar dat het in de praktijk vaak hand-wavy blijft; als de werkgroep deze kant op gaat, hoort daar een uitwerking met linked-data-specialisten bij. Gideon ziet niveau twee tot en met vier goed uitdrukbaar in linked data, maar wijst op de missende schakel naar niet-linked-data-beschrijvingen zoals een OpenAPI-specificatie. Michiel antwoordt dat de AuthZEN-kant is dichtgetikt — het NL-Gov-profiel schrijft linked-data-context bij API-verzoeken voor — en dat de OAS-koppeling, die raakt aan de API Design Rules, nog te verkennen is.

Scope-peiling en vervolgstappen

Michiel peilt de werkgroep: alleen het minimale profiel neerzetten, of ook de gegevensleveringsovereenkomsten induiken? Gideon wil de basis eerst echt goed uitwerken en de overige aspecten verkennen voor een volgende iteratie. Rens vindt het juist interessant alvast voor te sorteren op de dataspace-wereld, met de kanttekening dat hij niet over de capaciteit gaat. Mark Westbroek is voorstander van verder trekken: Common Ground moet op gegevensmodellen kunnen koppelen, liefst logisch en eventueel op API-niveau. Marcel heeft geen uitgesproken mening, maar stelt als voorwaarde dat er aan diensten gekoppeld wordt en niet aan bestanden. Axel is geïnteresseerd in de koppeling tussen toegangsregels en datasets en datadiensten als abstracte leveringen.

Michiel benoemt kort dat de scope nog verder opgetrokken zou kunnen worden, bijvoorbeeld naar machine-hardeningsbeleid in de sfeer van OpenKAT of naar DQV-kwaliteitseisen — zie het bijgevoegde voorbeeld van hardening als machineleesbare afspraak — maar dat lijkt hem voor nu te ver gaan. In afstemming met Jan Klopper wordt dit vooruitgeschoven: Jan wil eerst beter zien wat de werkgroep doet, dan kijken waar het raakvlak met OpenKAT zit, en het potentieel later in een presentatie aan de groep voorleggen.

De werkgroep concludeert: de basis wordt degelijk neergezet — mede omdat het project op enig moment eindigt — en er is animo om daarnaast de verdieping in te gaan.

Afspraken: Michiel vraagt per mail wie tijd en beschikbaarheid heeft voor fysieke verdiepingssessies en stuurt een datumprikker. Marcel zegt toe zijn data-architectcollega’s bij UWV te betrekken en koppelt terug of nodigt hen uit voor een volgende sessie over dit onderwerp. De volgende reguliere sessie gaat over de technische kant; GraphQL-autorisatie staat op de planning.

Dit verslag is met een LLM gegenereerd op basis van de opname en door mensen gereviewd.