Elementen van de oplossingsrichting
Een moderne oplossingsrichting bestaat uit verschillende elementen. Per element is aangegeven in hoeverre deze aansluit bij de gestelde richtlijnen en benoemde bezwaren.
1. Vertrouwensraamwerken
Het concept van een vertrouwensraamwerk (of: trust framework) is een denkwijze die past bij de toekomstvisie en het adresseren van de bezwaren.
De kern van een vertrouwensraamwerk is een set van afspraken waarin de rechten en de plichten van aanbieders en afnemers zijn vastgelegd. Deze afspraken zijn de basis voor een vertrouwen, dat de plaats kan innemen van strenge maatregelen vanuit wantrouwen. Door in deze afspraken de verantwoordingsverplichting juist neer te leggen, kunnen aanbieders erop vertrouwen dat afnemers hun rol genomen hebben in controles voordat een verwerkingsverzoek gedaan wordt. Dit komt tegemoet aan het juridische bezwaar (punt 1 bij bezwaren).
Een belangrijke rol hierin is weggelegd voor vertrouwde derde partijen. Deze partijen worden door de deelnemers van het netwerk erkend als handelend vanuit het belang van het netwerk en moeten voldoen aan voorwaarden die het netwerk aan ze stelt. Vertrouwde derde partijen geven certificaten uit, waarmee aanbieders de identiteit van afnemers kunnen controleren, ook als ze de afnemer niet vooraf kennen. In deze opzet is het niet nodig voor elke afnemer-aanbieder een vooraf vastgelegd contract te hebben. Dit scheelt in beheerslast bij schaalvergroting en komt daarmee tegemoet aan het bezwaar tegen de bewerkelijkheid (punt 2 bij bezwaren).
Verifieerbare verklaringen
Het gebruik van verifieerbare verklaringen is element van de oplossing en past in vertrouwensraamwerken.
In een klassieke API-uitwisseling stuurt de aanvrager bij de vraag aan de resource een identificatie mee van het subject en bepaalt de aanbieder aan de hand van die combinatie de regels. De aanbieder legt de regels vast en controleert ze. Dit vereist dat aanbieder en afnemer dezelfde aanduiding gebruiken voor subject, dus dezelfde lijsten met personen en rollen. Partijen moeten elkaar dus kennen voordat ze gegevens kunnen uitwisselen.

In een federatief stelsel werkt dit net anders. De afnemer haalt vooraf zogenaamde verifieerbare verklaringen op. Een door een door het stelsel vertrouwde derde partij geeft deze verklaringen af. De afnemer stuurt de verklaring mee met een verwerkingsverzoek. De aanbieder kan de verklaringen vervolgens controleren bij de vertrouwde partij, zonder de afnemer te kennen. Zoals een agent aan een rijbewijs kan controleren of iemand rijbevoegd is, zonder de persoon te kennen. Ook dit komt tegemoet aan het bezwaar tegen de bewerkelijkheid (punt 2 bij bezwaren).
Certificaten en verklaringen zijn niet hetzelfde, maar elkaar aanvullen. Certificaten gaan over controleerbare identiteit, terwijl verklaringen gaan over bevoegdheid. Zoals op een rijbewijs zowel een pasfoto als een bevoegdheidsaantekening staat.
2. Mens én machineleesbare toegangsregels
Door toegangsregels vast te leggen in een gestandaardiseerd formaat buiten de applicatie-code wordt het makkelijker om het beleid aan te passen. Er hoeft immers geen applicatie-code aangepast te worden.
Door toegangsregels tegelijkertijd zodanig inzichtelijk te maken dat ze door niet-ontwikkelaars begrijpelijk en aanpasbaar zijn, wordt de flexibiliteit en verifieerbaarheid beter.
Deze regels komen daarmee tegemoet aan bezwaren over flexibiliteit en verifieerbaarheid (punt 3 en 4 bij bezwaren).
3. Externalized Authorization Management (EAM)
EAM is een verzamelnaam van methodieken voor toegangsverlening die een aantal elementen combineert, waaronder:
- Toegangsregels worden in aparte machine-uitvoerbare bestanden vastgelegd. Deze methode komt tegemoet aan bezwaren over flexibiliteit en verifieerbaarheid en sluit aan bij de toekomstvisie van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) over automatisering contractering.
- De context (locatie, tijd, etc.) kan worden gebruikt in toegangsregels. Dit sluit aan bij de toekomstvisie van de GDI over contextuele toegangscontrole.
4. Een standaardmethodiek vastleggen en uitleggen
Het bezwaar beperkte standaardisatie (punt 5 bij bezwaren) wordt geadresseerd door het ontwikkelen van een standaard met een formele status binnen de Nederlandse overheid.
Het zero-trust principe, onderdeel van de toekomstvisie van de GDI, krijgt in de implementatie verdere invulling.