Portaalwissels
Wanneer een portaal een handeling niet lokaal uitvoert (Implementatieniveau 1 of 2), verlaat de inwoner of ondernemer het portaal om de taak elders te voltooien. We spreken van een portaalwissel wanneer deze overgang plaatsvindt over een vertrouwens- en organisatiedomein heen.
Cross-domein wissel vs. interne applicatie-overdracht
Niet elke doorverwijzing is een portaalwissel:
-
Portaalwissel (Cross-domein): De overgang tussen twee verschillende organisaties (bijvoorbeeld van MijnOverheid naar de MijnOmgeving van een gemeente of uitvoerder). Omdat de doelorganisatie geen toegang heeft tot de sessie van het vertrekkende portaal, is herauthenticatie vereist (zoals DigiD Eenvoudige Herauthenticatie).
-
Interne applicatie-overdracht (Binnen één domein): Een portaal leidt de gebruiker door naar een specialistische interne applicatie die beschikt over een eigen portaalfunctie (een eigen webinterface voor inwoners of ondernemers, zoals een specifiek parkeerloket, vergunningensilo of formulierenserver). Dit vindt plaats binnen hetzelfde vertrouwensdomein en wordt intern afgehandeld via SSO, gedeelde cookies of een beveiligde token-URL; er is geen nieuwe DigiD-stap nodig.
Gebruik in transitie naar gestandaardiseerde interactieInterne applicatie-overdracht is een effectief overgangspatroon: een organisatie kan overzichten en taken al centraal ontsluiten in de centrale MijnOmgeving op basis van de Interactie API (Niveau 1 of 2 via
fallbackUrl), terwijl de daadwerkelijke interactie tijdelijk nog plaatsvindt in de bestaande eigen portaalfunctie van de vakapplicatie — totdat deze applicatie is gemigreerd naar gestandaardiseerde API's voor embedded uitvoering (Niveau 3).
Sessieoverdracht en DigiD Herauthenticatie
Bij een cross-domein portaalwissel landt de gebruiker via een deeplink op de omgeving van de aanbieder. Om te borgen dat de gebruiker direct in de juiste context verder kan zonder opnieuw volledig in te loggen, wordt DigiD Eenvoudige Herauthenticatie (SCR-DIGID-EH) ingezet.
Navigatieflow langs portalen
Onderstaand diagram toont de navigatieflow langs de schermprofielen per startpunt en taaktype. Blauw is het pad voor MijnOverheid, groen voor de lokale MijnOmgeving. De betaalprovider (grijs) is extern en bereikbaar vanuit beide portalen.
Technische uitvoeringsflows
1. Betaling via externe provider en terugkeer
Bij betaling leidt het portaal de gebruiker door naar de betaalprovider. Na afronding keert de gebruiker terug met een statusparameter. Het portaal verifieert vervolgens de actuele status via de Interactie API:
2. Documenten aanleveren via MijnOverheid
Wanneer een portaal documentupload lokaal ondersteunt (Niveau 3), worden documenten direct ingediend bij het endpoint van de provider:
Terugkeer en transiente statusfeedback
Wanneer de gebruiker na een handeling terugkeert naar het oorspronkelijke portaal (via de returnUrl), kan de ontvangende partij een statusparameter meegeven (bijvoorbeeld ?status=betaald).
- Transiente UX-feedback: Het portaal mag deze parameter gebruiken om de gebruiker direct feedback te geven (bijvoorbeeld een melding: "Uw betaling is verwerkt").
- Statusverificatie via API: De parameter is geen juridisch of technisch bewijs van afronding. Het portaal herlaadt de taak via de Interactie API (
GET /taken/{uuid}) om de actuele, door de bron bevestigde toestand te tonen.